Franciscaner zegenbede (bewerking)

Moge God ons zegenen met onrust
over gemakkelijke antwoorden, halve waarheden en oppervlakkige relaties,
zodat er diepgang moge zijn in onze harten.

Moge God ons zegenen met boosheid
over onrechtvaardigheid, onderdrukking en de uitbuiting van mensen,
zodat we mogen werken voor rechtvaardigheid, vrijheid en vrede.

Moge God ons zegenen met tranen
te plengen voor hen die lijden door pijn, verstoting, honger en oorlog,
zodat we onze handen zullen uitstrekken tot troost
om pijn in vreugde te veranderen.

Moge God ons zegenen met voldoende dwaasheid
om te geloven dat we verschil kunnen maken in deze wereld,
zodat we kunnen doen waarvan anderen zeggen dat het onmogelijk is.

En moge God ons zegenen met honger en dorst,
honger en dorst naar Christus zelf, zodat we niet zullen rusten,
totdat we onze rust gevonden hebben in Hem alleen. Amen.

Deze zegenbede gebruik ik regelmatig in kerkdiensten. Het is in 1985 geschreven door Ruth Fox, een Benedictines. De vraag naar honger en dorst is in een bewerking toegevoegd. Voor mij spreekt deze zegenbede en zet het mij stil bij mijn roeping als christen in deze wereld. In deze wereld moge we onrust voelen, we mogen boos zijn, we mogen onze tranen laten stromen, we mogen in de ogen van mensen dwaas zijn, we mogen honger en dorst hebben naar meer van Christus.

Deze zegenbede helpt mij om bewust om te gaan met de dingen van alle dag. Hoe ziet jouw en mijn leven er uit als christen? Overdenk het eens in lijn met de tekst van Mattheüs 25 (HSV):
Vers 31 Wanneer de Zoon des mensen komen zal in Zijn heerlijkheid en al de heilige engelen met Hem, dan zal Hij zitten op de troon van Zijn heerlijkheid.
Vers 32 En voor Hem zullen al de volken bijeengebracht worden, en Hij zal ze van elkaar scheiden zoals de herder de schapen van de bokken scheidt.
Vers 33 En Hij zal de schapen aan Zijn rechter[hand] zetten, maar de bokken aan [Zijn] linker[hand].
Vers 34 Dan zal de Koning zeggen tegen hen die aan Zijn rechter[hand zijn]: Kom, gezegenden van Mijn Vader, beërf het Koninkrijk dat voor u bestemd is vanaf de grondlegging van de wereld.
Vers 35 Want Ik had honger en u hebt Mij te eten gegeven; Ik had dorst en u hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling en u hebt Mij gastvrij onthaald.
Vers 36 [Ik was] naakt en u hebt Mij gekleed; Ik ben ziek geweest en u hebt Mij bezocht; Ik was in de gevangenis en u bent bij Mij gekomen.
Vers 37 Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden: Heere, wanneer hebben wij U hongerig gezien en te eten gegeven? Of dorstig en te drinken gegeven?
Vers 38 Wanneer hebben wij U [als] een vreemdeling gezien en gastvrij onthaald, of naakt en hebben U gekleed?
Vers 39 Wanneer hebben wij U ziek gezien of in de gevangenis en zijn bij U gekomen?
Vers 40 En de Koning zal hun antwoorden: Voorwaar, Ik zeg u: voor zover u dit voor een van deze geringste broeders van Mij gedaan hebt, hebt u dat voor Mij gedaan.

Ik wens jou Gods zegen toe!

X