Dit artikel is verschenen in “De Schakel” Baptistengemeente Meppel | 35ste jaargang | nr. 4 | 2021

In deze laatste periode van dit kerkelijk jaar (juni-augustus) staan we stil bij het laatste kwartaalthema: Jezus volgen. Toen Jezus op aarde was deed Hij de oproep: “Bekeer u, want het Koninkrijk van de hemelen is nabijgekomen!” Ook al hebben wij Jezus deze oproep nooit horen doen, toch is het ook zeker een oproep voor nu. Wij mogen leren om die roepstem van Jezus te beantwoorden.

In deze overdenking wil ik stil staan bij een zegenbede die ik regelmatig gebruik tijdens kerkdiensten. Hij wordt wel eens de Fransiscaner zegenbede genoemd, hij is echter in 1985 geschreven door Ruth Fox (een Benedictines). De zegenbede gaat als volgt:

Moge God ons zegenen met onrust
over gemakkelijke antwoorden, halve waarheden en oppervlakkige relaties,
zodat er diepgang moge zijn in onze harten.

Moge God ons zegenen met boosheid
over onrechtvaardigheid, onderdrukking en de uitbuiting van mensen,
zodat we mogen werken voor rechtvaardigheid, vrijheid en vrede.

Moge God ons zegenen met tranen
te plengen voor hen die lijden door pijn, verstoting, honger en oorlog,
zodat we onze handen zullen uitstrekken tot troost
om pijn in vreugde te veranderen.

Moge God ons zegenen met voldoende dwaasheid
om te geloven dat we verschil kunnen maken in deze wereld,
zodat we kunnen doen waarvan anderen zeggen dat het onmogelijk is.

En moge God ons zegenen met honger en dorst,
honger en dorst naar Christus zelf, zodat we niet zullen rusten,
totdat we onze rust gevonden hebben in Hem alleen. Amen.

Ik hou er van om heel bewust om te gaan met de liturgie van de diensten. Misschien heb je er binnen onze kerkdiensten niet zoveel van gemerkt, wij hebben natuurlijk niet een hele uitgebreide liturgie. Binnen andere kerken waar je als voorganger wat meer verantwoordelijk bent voor de liturgie kan ik vaak wat meer ‘losgaan’. Wat je wellicht wel is opgevallen zijn de verschillende zegenbeden die ik gebruik. Mijn keuze voor een bepaalde bede hangt vaak samen met de preek die ik gehouden heb. De afgelopen tijd heeft het accent vaak wat meer gelegen op activerende zegenbeden, die ons oproepen om als christen actief Jezus te volgen hier op aarde. Zo ook de bovenstaande zegenbede.

Ik persoonlijk vind dit een hele mooie zegenbede. Deze zegenbede bepaalt ons erbij dat we in afhankelijkheid mogen/moeten leven. Een andere laag is dat het ons ook richt op Gods vaderhart. Laat ons maar onrust, boosheid, verdriet voelen. Laat ons maar geloven dat we het verschil mogen maken in deze wereld. Laat ons maar hongerig en dorstig zijn. In ons leven als westerse christenen is het risico heel groot dat het ons zo voor de wind gaat dat we God uit het oog verliezen. We nemen het leven voor lief en leven er op los. Naar mijn idee is dat ook één van de redenen waarom mensen soms zo makkelijk van de ene naar de andere kerk gaan. De keuze is reuze en het gevoel van noodzaak, volharding, trouw, liefde en discipline ontbreekt. We richten ons op het ‘clubje’ en zolang het goed voelt is er niets aan de hand. Maar wat als het schuurt?

Hier in Nederland hebben we de luxe van de keuze en de luxe van de vrijheid. Je mag best van mij weten, toen corona intrede deed in deze wereld en wij als christenen in Nederland niet alles meer deden zoals het altijd was geweest ben ik behoorlijk verdrietig geweest. Verdrietig om de zelfgerichte houding van menig broer en zus. Daar waar in deze tijd zoveel mensen zoekende naar de essentie van het bestaan –en let op: mensen zijn ontzettend zoekende- zijn er heel veel christenen die de kansen niet zien omdat ze zo met zichzelf bezig zijn. En joh, ik snap het. Als alles anders gaat is het heel erg moeilijk om zelf het hoofd boven water te houden. Maar weet je? Dan is juist deze zegenbede heel goed. Jij hoeft zelf het hoofd niet boven water te houden.

Toen Petrus liep over het water werd hij zich bewust van de omstandigheden, hij begon te twijfelen en zijn focus was niet meer op Jezus. En hij begon te zinken. Tot Jezus hem weer bij de hand greep, of liever gezegd: in de kraag greep. Ik denk dat God ons in deze tijd ook in de kraag wil grijpen. Deze tijd is niet voor niets, God gebruikt ook deze tijd en omstandigheden. Houden wij in deze tijd de focus op God? En gaan we dan ook voor radicaal discipelschap in de kracht van de Heilige Geest? Pinksteren ligt achter ons en gaat met ons mee: De Heilige Geest is in ons en Hij is sterker dan hij die in de wereld is.

Ik moet je bekennen, ik was zo verdrietig om de houding van gelovigen in Nederland in deze afgelopen periode dat ik zelfs tot God heb gebeden: Als dit onze geestelijke conditie is, pakt U ons dan alstublieft nog meer af zodat we uiteindelijk met lege handen zullen terug keren tot U. We vertrouwen zo op de maakbaarheid, we vertrouwen zo op ons eigen inzicht en kunnen, op onze middelen. Maar waar geven wij God de ruimte? Hoe komt Gods missie in ons leven en in ons leven als gemeente tot uiting? Weten we nog waar we toe geroepen zijn, door Wie we geroepen zijn en wie ons de kracht en de gaven geeft om die roeping succesvol te volbrengen?

Ik sluit af met de tekst uit Mattheüs 25:31-40: 31 Wanneer de Zoon des mensen komen zal in Zijn heerlijkheid en al de heilige engelen met Hem, dan zal Hij zitten op de troon van Zijn heerlijkheid. 32 En voor Hem zullen al de volken bijeengebracht worden, en Hij zal ze van elkaar scheiden zoals de herder de schapen van de bokken scheidt. 33 En Hij zal de schapen aan Zijn rechter[hand] zetten, maar de bokken aan [Zijn] linker[hand]. 34 Dan zal de Koning zeggen tegen hen die aan Zijn rechter[hand zijn]: Kom, gezegenden van Mijn Vader, beërf het Koninkrijk dat voor u bestemd is vanaf de grondlegging van de wereld. 35 Want Ik had honger en u hebt Mij te eten gegeven; Ik had dorst en u hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling en u hebt Mij gastvrij onthaald. 36 [Ik was] naakt en u hebt Mij gekleed; Ik ben ziek geweest en u hebt Mij bezocht; Ik was in de gevangenis en u bent bij Mij gekomen. 37 Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden: Heere, wanneer hebben wij U hongerig gezien en te eten gegeven? Of dorstig en te drinken gegeven? 38 Wanneer hebben wij U [als] een vreemdeling gezien en gastvrij onthaald, of naakt en hebben U gekleed? 39 Wanneer hebben wij U ziek gezien of in de gevangenis en zijn bij U gekomen? 40 En de Koning zal hun antwoorden: Voorwaar, Ik zeg u: voor zover u dit voor een van deze geringste broeders van Mij gedaan hebt, hebt u dat voor Mij gedaan.

Ik hoop van harte dat jij zult opstaan in de kracht van de Heilige Geest, dat je gaat voor de eenheid van de gemeente, voor het getuigenis van het Evangelie, de roepstem van Jezus zult verstaan en met Zijn ogen naar de wereld om je heen zult kijken om met woorden en daden de weg van God te gaan. Ik wens je Gods zegen.

X